Rise and Shine

Pas vroeg iemand of ik dan vrijwilligerswerk deed, omdat ik nog niet werkte. En ooit vroeg een kennis zich af of ik mij niet verveelde. Of anderen: wat ik allemaal doe op een dag, nu ik nog niet werk. Hoe mijn dagen eruit zien met zoveel tijd voor mezelf?

Gek genoeg ervaar ik het niet alsof ik veel tijd heb. Terwijl ik nu meer tijd dan ooit heb, zou je zeggen. Nu ik dus niet werk, afgezien van een aantal fotografie-opdrachten sinds juli. Mijn sociale leven niet meer bruist, voor zover het dat deed bij een introvert hhh. Niet het hele huishouden zelf hoef te doen. En vaker dan ooit thuis ben.

Als je lichaam je minder dan normaal toestaat, dan bestaat verveling niet meer. Daar is simpelweg geen tijd voor. Voor mijn gevoel vervliegt de tijd door mijn vingers als zand. In mijn hoofd wil ik, plan ik, bedenk ik alsof ik een batterij heb die ik 100% kan opladen.

Gevoelsmatig zit ik op circa 40 procent van mijn oude energie. Dus de tijd dat ik mij goed genoeg voel, is beperkt en daar wil ik nog eens het liefste alles inproppen wat op mijn to do-lijstje staat. Dat wreekt zich uiteraard. Want als ik het één volop doe, dan blijft de rest liggen. Dus hello camera and horseshows, bye bye social life and bicycle rides.

Dat laatste blijft onderbelicht. Dat het het één of het ander is. Dat als ik kies voor een dag uit, ik die hele week daar rekening mee moet houden. Een hele dag van huis zijn betekent nog regelmatig voor de dag erna een Netflixcoma. Al weet ik het nu soms op te rekken, dat ik twee dagen achtereen op pad gaan vol kan houden, voordat ik knock-out ga. Dat is weer zo luxe. Soms sta ik er zelf versteld van de tegenstrijdigheid in mijn dagen, de ene keer rise and shine en de dagen erna no rise en zeker geen shine.

Wat ik ermee wil zeggen is dat dingen niet lijken zoals ze zijn. Dat als ik van huis ben, dat jij mij op mijn best ziet. Het is niet mijn gemiddelde niveau, mijn normale doen, iets wat elke dag kan. Het is de Rosan die meer wil dan thuis zitten, die nieuwe herinneringen maakt om de vervelende te laten vervagen, die hoe dan ook iets van dat gezegende wispelturige en lastige leven na kanker gaat maken. Die Rosan dus.

Advertenties

AVL artikel

Altijd dubbel gevoel bij dit soort artikelen. Er blijkt van alles te zijn om het leven na kanker in goede banen te leiden, maar wat heb je eraan als je het niet kunt vinden of krijgt aangeboden, zoals ik van veel lotgenoten al vernam. Maar goed, het is er en hopelijk heeft iemand er wat aan.

https://www.avl.nl/nieuwsberichten/2019/er-is-een-leven-na-kanker/

Oudjaarsdag

Morgen ben ik jarig, 42 alweer. Later als ik groot ben, komt wel heel erg dichtbij. Ik weet nog niet wat ik morgen ga doen. Thuisblijven of naar concours gaan om te fotograferen of iets anders. Er komt geen visite, zover ik weet. De meesten zijn op vakantie of wonen ver weg. En eerlijk gezegd: een verjaardag met visite is heel erg leuk, maar vreet energie.

Hoewel ik deze weken niet mag klagen qua energie. Afgezien van die week dat de 40 graden werd aangetikt, dat legde de boel wel lam. Maar bij wie niet?
Mijn energielevel is nog lang niet wat het vroeger was, echter al twee keer zo hoog als bijvoorbeeld twee jaar geleden. Het is maar net welk perspectief je kiest. Vorige zomer ging ik ook heel lekker, al betaalde ik daar in september en begin oktober wel een forse prijs voor. Dat hoop ik dit jaar te voorkomen. Ik weet nog niet hoe, maar ik heb er wel over nagedacht. Allereerst heb ik het doel om niet heel veel méér te doen qua uitjes, fotografie op paardensportevenementen enz. vergeleken met vorige zomer. Ik probeer vooral om minder last te hebben van hetgeen ik onderneem.

‘Moe en voldaan’ mag wel, maar ‘moe en beroerd’ ben ik zo enorm zat. Zo demotiverend om hondsberoerd te zijn na een leuke dag. Dus nu nog beter peilen hoe ik mij voel en waar mijn grens ligt. Via Youtube doe ik yoga-oefeningen. Na een hele dag in de benen, is mijn lichaam behoorlijk verkrampt en ben ik overprikkeld. Yoga en ontspanningsoefeningen lijken te helpen om de scherpe randjes eraf te halen en beter te slapen. Vergeleken met vorig jaar slik ik sowieso amper nog spierontspanners. Bewust rustpunten plaatsen overdag en op tijd naar bed gaan en goede nachten maken, doen ook goed. Ook om de pijnen en kwalen die ik van de twaalf chemo’s er gratis bijkreeg, te hanteren.

En af en toe dat soort ‘regels’ overboord gooien. Ik gedij goed op structuur, maar spontaniteit is onmisbaar. Grenzen overschrijden mag geen gewoonte zijn, maar als ik het niet doe, weet ik ook niet waar ze liggen, toch? Zo fotografeerde ik afgelopen week op vier evenementen. Twee had ik gepland, de derde kwam erbij omdat die verplaatst was vanwege de hitte. En de vierde was niet verstandig, maar wilde ik niet missen. Een mijlpaal was bovendien dat ik in juli weer actuele paardensportfoto’s heb aangeleverd bij een opdrachtgever. Dus al met al geeft dat veel positieve energie.

Dat zet zich niet echt om in minder moeheid. Helaas, de dagen tussen die evenementen lig ik voornamelijk voor pampus op bed. Niet te veel denkend aan de duizenden foto’s die nog uitgezocht willen worden. Die positieve energie werkt vooral mentaal door. Dus dat er steeds meer leuke herinneringen en ervaringen bijkomen, waardoor de ellende van de afgelopen drieënhalf jaar naar de achtergrond geduwd wordt. En ook dat wat ik plan doorgaat en niet hoeft te worden bij- of uitgesteld of afgezegd, is nog elke keer een opsteker.
En dat het allemaal wat normaler wordt, ondanks dat ik er elke dag wel een keer tegenaan loop dat er ooit kanker en chemo waren. Het is zoals het is en van daar uit ga ik verder.

Maar morgen ben ik jarig!

Goeds

Vandaag heb ik twee stoeltjes opgeknapt, die een beetje te lijden hebben gehad van mijn verhuizing. Tweeënhalf jaar geleden. Het stond inderdaad niet echt hoog op mijn prioriteitenlijst. En je moet bedenken dat ik nog lang niet alles haal uit een dag haal vergeleken met vroeger. Als ik vertel dat het lage houten zitstoelen zijn, waarvan ik ooit de zitting en de leuning opnieuw bekleed heb….dan weet mijn familie: de stoelen met ooit citroengele bekleding van oma Wilts. Klopt.

Dat was niet mijn oma, maar de moeder van mijn opa. Ik heb haar niet gekend, ze overleed drie jaar voordat ik geboren werd, meen ik. Ze heeft zo’n twintig jaar bij mijn opa en oma ingewoond. Daarover heb ik van mijn oma nooit een onvertogen woord gehoord. Ik denk dat ze het fijn vond om hulp te hebben in een gezin met vijf kinderen. Bovendien moesten ze voor het werk van mijn opa naar het westen verhuizen vanuit Groningen. Ik herinner mij verhalen van oma dat zij en haar schoonmoeder zich suf piekerden over hoe bepaalde dingen heten in het Hollands om in de winkel naar te vragen. Onderling spraken ze altijd Gronings. Samen sterk.

Of oma Wilts verbitterd was, vroeg ik aan mijn oma. In de oorlog verloor ze haar man en twee kinderen aan tbc. Ze zijn lang ziek geweest, mijn opa moest in die jaren voortijdig van de middelbare school om te helpen in de winkel van zijn ouders. Maar oma Wilts was niet zo, vertelde mijn oma, ze had een manier gevonden om het verlies te dragen. Toen ik ziek was, moest ik veel aan mijn overleden oma’s denken, niet persé mijn overgrootmoeder Wilts, maar wel aan mijn eigen oma’s. Aan de manier waarop ze met tegenslag omgingen en het beste ervan probeerden te maken. In die zin van: niet elke dag is goed, maar er zit iets goeds in elke dag. En er zit veel goeds in mijn dagen.

Ik kan nu vergelijken met vorig jaar en het jaar ervoor. Tropenjaren in mijn leven na kanker. Nu is het allemaal wat relaxter, makkelijker en bekender. Niet dat ik nooit terug verlang naar het leven zoals het was. Dat verschil is nog zo groot, al lijkt dat misschien niet zo voor de buitenwereld. Maar zoals ik al schreef, er zit veel goeds in mijn dagen.

Normaal

Haast ongemerkt sjees ik deze lente weer wat mijlpaaltjes voorbij. Zo is sinds eind april het bed uit de woonkamer. Op de bank hangen is lekker: als je meer ligt dan zit, is een echt bed het fijnst. Het bed in de kamer had echter zijn dienst bewezen. Als ik nu in de benen ben, dan ben ik op mijn manier actief bezig. Hoewel ik nog wel 1 of twee (of drie) keer per dag even lig op mijn eigen bed, anders wordt de dag wel erg lang.

In het begin was het gek om de bank in plaats van het bed te zien, het heeft er toch 2,5 jaar gestaan. Het ziet er inmiddels als vanouds uit, weer een stukje normaal erbij. In mei was ik bovendien voor het eerst in jaren een dag of vier alleen, stiekem best lekker. In al die jaren dat ik in Utrecht woonde en zelfstandig vanuit huis werkte, sprak ik soms ook dagen geen mens, afgezien van online. Nu is het echt de omgekeerde wereld wat betreft het aantal contactmomenten per dag.

En de derde mijlpaal die mij te binnen schiet, was het bodempje wijn dat ik gisteravond voor het eerst in drieënhalf jaar dronk. Het was heerlijk. Door medicatie kwam het er niet van. Ik kan niet zeggen dat ik de dagen moeilijk doorkwam zonder alcoholische drankjes. Maar zomers dacht ik af en toe dat een roseetje of een wit wijntje nu wel zou smaken. En dat doet het gelukkig nog steeds!

Fijn weekend!

Mei

Anderhalf jaar geleden schreef ik al eens over ‘Doen en Laten‘, het constante zoeken naar de balans die mijn leven in remissie het prettigst maakt.

Afgelopen week kwam er niet veel uit mijn handen, Netflix en ik spendeerden veel tijd samen. Mei was sowieso een drukke maand en na een lange en leuke zondag leek de maandag mee te vallen. Maar de misselijkheid en moeheid sloegen dinsdag toe.

Het liefst blijf ik dan de hele dag op bed, maar inmiddels weet ik beter en vaak doe ik ook beter. Ik lig nog steeds het meeste van de dag op bed, maar ik ga er regelmatig even uit om te lopen. Geen avondvierdaagse afstanden, een klein stukje maar. Al is het maar een rondje door de tuin of even naar de pony’s voor een praatje.

Op een of andere manier scheelt het voor de dagen erna. Minder spierpijn en stramheid en ook het gevoel dat ik toch iets gedaan heb. En even buiten, in de frisse lucht zijn, doet altijd goed.

Dat doen en laten blijft lastig. Ik ken mijn grenzen, maar ik ben ook steeds bezig om ze te verleggen. Om zelfstandig wonen weer mogelijk te maken of om weer te kunnen werken. En ook niet onbelangrijk: om vaker te kunnen afspreken met vrienden.

Dat verleggen lukt alleen door te blijven proberen en door mij niet af te laten schrikken of depri te zijn als het niet gaat zoals gehoopt. Daar wil ik niet lang bij stilstaan, volgende keer beter en door.