Controle

Ik hoefde er deze keer niet voor naar Nieuwegein, dat scheelde dus weer wat benzine. Qua tijd en inzet was deze controle echter de meest intensieve ooit, echt dat soort dingen slurpen energie. De korte versie is dat de uitslag goed is, de lange versie volgt hieronder……

Het begon al bij het bloedprikken, dat gaat de laatste twee jaar best relaxed. Gewoon in één keer raak, zonder gewrik in mijn arm of erger nog, in mijn hand en zonder misselijkheid, duizeligheid en dat soort ongemak. Het prikgebeuren was vanwege corona in een tent naast het ziekenhuis, met een dame bij de deur met de gebruikelijke vragen van nu: ben je verkouden of ziek? Iemand thuis verkouden of ziek? Enzovoort, enzovoort. Ik naar de wachtruimte, waar niemand wachtte, dus ik nam aan dat ik snel aan de beurt was. Dus niet. Het duurde en duurde. Ik zag iemand wel moeilijk doen bij de computer, met mijn formulier in haar hand. Maar het gaat al jaren goed zoals ik het doe: prikken in Heerenveen en dan de goede uitslag in ’t Antonius te Nieuwegein (Dus niet Antonius Sneek, zeg ik er altijd braaf bij). Dus ik verwachtte geen gedoe. Dat was er wel. Iets met codes. Dat kwam een andere verpleegkundige zeggen en later: ze belt even met Nieuwegein. Ok dan.

De codes werden uiteindelijk gekraakt en ik mocht het hokje in. Met een verpleegkundige waarvan ik dacht: dat wordt het niet. En dat was ook zo. Geeft niks, kan gebeuren. Gelukkig kende hij zijn grenzen en haalde een collega. Haar lukte het wel. (Vergeten te vragen, waarom zij wel helemaal ingepakt en afgedekt verscheen en haar collega niet). Met bloedprikken is die naald op de goede plek krijgen de eerste horde, maar dan ben je er nog niet. Het bloed moet wel blijven stromen in de buisjes. En dat lukt niet altijd bij mij en deze keer kwam het ook moeilijk op gang. Bij buisje twee en drie liep het goed door, helaas liet ze die helemaal vollopen zodat er amper wat over was voor de overige buisjes. Gelukkig mocht ze, bij navraag, alles gebruiken wat al in de eerste buisjes verzameld was. Ok dan.

Veel later dan normaal kon ik weg, ik had mijn McFlurry echt verdiend.

Normaliter denk ik niet elke dag aan de mogelijkheid om weer kanker hebben, slechte uitslagen of negatieve vooruitzichten krijgen. Als de datum van de controle staat, begint de spanning daarover wel wat op te lopen en na het bloedprikken stijgt dat sneller. Nog niet eens door doemgedachten, maar wel last van mijn maag, ietsje minder gezellig in de omgang enzo. En met zoiets als corona wordt dat niet minder. Zal ik wel naar het ziekenhuis gaan of het telefonisch afhandelen? De trip naar de prikpoli was daardoor ook toch anders, terwijl ik daar normaal geen stress over heb. Op vrijdag had ik daar nog niks over besloten, dus ik liet alles zoals het was. Geen besluit is ook een besluit he. Toevallig zag ik in de ziekenhuis-app dat mijn afspraak vervallen was. Toen ik dat later weer checkte, was dat nog steeds zo. Helaas was het al na vijven, dus geen gehoor toen ik belde.

Je snapt, maandagmorgen half negen precies hing ik aan de telefoon met Nieuwegein. Mijn afspraak was omgezet naar een belafspraak. Fijn om te weten, want dan hoefde ik niet op stel en sprong met Bopje naar Nieuwegein om een irl date van 10.45 te halen. Dat scheelt weer een ritje. Ik ben er nog niet achter of ze mij telefonisch nog probeerden te bereiken die week ervoor. Ik heb wat instellingen in mijn telefoon veranderd, omdat ik vervelende bellers uit het buitenland kreeg en afgeschermde nummers worden ook geblokkeerd. Afgezien daarvan hadden ze nog kunnen mailen of een bericht in de ziekenhuis-app kunnen zetten, dat was niet gebeurd. Maar dat was nog niet alles, mijn labuitslagen waren er nog niet. Ok dan.

Dus ik op zoek. Bellen en bellen en in de wacht staan en doorverbonden worden en weer bellen. Daar heb ik echt een hekel aan, want dat is echt een enorme energieslurpende bezigheid. Uiteindelijk vond ik mijn bloeduitslagen in Heerenveen, yeah! Was ik daar mijn belronde maar begonnen. Maar goed, ze waren er. Kon niet gemaild worden, wel gefaxt. Er bestaan nog faxen dus. (Ik weet nog dat, op het moment dat ik voor het eerst van het fenomeen fax hoorde in 1988, ik niet geloofde dat zoiets mogelijk was, maar dat is een ander verhaal 😉 ) Alleen, ik heb het faxnummer niet van Nieuwegein, dat staat niet online maar wel op mijn labformulier en dat hebben ze ingenomen in Heerenveen. Dus ik bellen naar Nieuwegein: Als je de uitslagen wilt hebben, dan zijn ze daar. Hier is het nummer van Heerenveen, leef je uit.

Nou mensen, jullie raden het vast al. Toen ik mijn belafspraak had: helaas heb ik uw uitslagen nog niet. En ook: ik ga er achteraan en bel vanmiddag terug. En dat deed ze. Met een hele mooie uitslag en een erg fijn gesprek. Zo kwam alles toch nog goed.

Ik schrijf liever over het positieve dat ik in ziekenhuizen meemaakte, want daar kan ik gelukkig veel meer over vertellen dan over dit soort malheur. Maar als ik iets zou mogen verbeteren in ziekenhuizen, afgezien van dat dan iedereen beter zou kunnen worden natuurlijk, dan zou mijn prioriteit communicatie zijn. Binnen ziekenhuizen, onderling en met betrekking tot de patienten.

Een nieuwe normaal

Bizar hoe deze tijd met corona mij doet denken aan het ziekzijn en tevens het eerste jaar in mijn #levennakanker. Het op elkaar thuis zijn aangewezen, sociale contacten die vooral online verlopen, het alleen maar thuis kunnen zijn en slechts van huis gaan als het strikt noodzakelijk is. Dat wat je als normaal beschouwt opeens stopt of op een andere manier wordt ingevuld, is iets waar we nu allemaal mee te maken hebben, maar wat mensen met ziektes of aandoeningen al kennen.

De uitdrukking ‘het nieuwe normaal’ komt nu ook regelmatig voorbij. Want hoe zou het zijn als Corona voorbij is, hoe draait de wereld dan door? Heel herkenbaar, iets wat jaren in mijn hoofd rondspookte. Eerst wilde ik met alle geweld terug naar hoe mijn leven was en daarna realiseerde ik dat dat niet meer bestond. Niet alleen waren de praktische omstandigheden veranderd, ander lijf en andere woonplek. Ik was ook niet meer dezelfde na alles wat ik meemaakte. Inmiddels schuur en schik ik mij steeds beter in mijn nieuwe normaal, en met veel plezier en voldoening ook nog.

Afstand houden van mensen die dichtbij staan, hoe raar is dat? Nu is voor een introvert social distincing niet de grootste opgave, maar ik begin de gezelligheid wel te missen. Het afspreken met vrienden, op pad gaan, naar concoursen (weet je nog: vitamine T); dat wat extra kleur aan het leven geeft. Gelukkig is er dan weer de lente met haar fleur, geen quarantaine voor de mooiste tijd van het jaar. Toch nog iets wat wel normaal doorgaat. Iets wat ik in mijn kankerperiode op een of andere manier heel geruststellend vond. I♡lente.

Hier in het noorden beleef ik de lente veel meer dan vroeger in de stad. Wat dat betreft prijs ik mezelf gelukkig dat ik nu hier woon. Verplicht thuiszitten is geen straf als je leeft op een plek waar en met wie het goed is. Desondanks vind ik deze tijd ook spannend. Niet alleen voor mezelf, ik ben zo klaar met alles wat te maken heeft met ziekzijn en mij niet goed voelen. Voor de kwetsbaren in mijn omgeving hoop ik echt dat ze niet geraakt worden door corona. Niemand niet natuurlijk.

Tips van een geroutineerd thuiszitter? Die heb ik. Niet heel origineel, want ik zag ze bij andere bloggers ook al voorbij komen. Het meest genoemd, maar ook het meest door mij gewaardeerd, is structuur. Ten eerste omdat ik leef met een halfvolle batterij en voor mijn gevoel loop ik jaren achter met dingen die ik nog wil doen. Door schema’s te maken en mij daaraan te houden loop ik stukje bij beetje in. Het begin van een dag is minder overweldigend en energie-vretend qua leegte of drukte, als ik al een plan van aanpak heb. Dat geldt denk ik ook voor mensen wiens dagen er anders uitzien door corona. Structuur kan toch een beetje grip geven op de situatie.

Buiten zijn is mijn tweede tip. Als de buurt het rondje met het hondje gehad heeft ’s morgens is het rustig. Dus dan kan ik gaan wandelen of fietsen, want dan is er toch geen hond meer, letterlijk en figuurlijk. Dit was lastiger geweest als ik nog in Utrecht zou wonen, maar de dagen worden langer, dat scheelt. Bovendien kan ik mij uitleven in de tuin, dat was al heel fijn, maar nu des te meer.

En de derde: Kijk naar wat er wel is. Of zoals mijn moeder zei op de dag van mijn diagnose lymfklierkanker: “Rosan, het is al vervelend en moeilijk genoeg voor je. Laten we nu maar eens kijken hoe we dit zo leuk en gezellig mogelijk voor je kunnen maken”. Veel optimistischer vind je ze niet.

Ondanks alles,
fijne paasdagen gewenst ♡

Gevangenis

Dus toen de scholen dicht gingen en werknemers werden verzocht om thuis te werken in verband met corona, ging men voor de fun naar de supermarkt, de bouwmarkt, de milieustraat, de markt op het plein of childe met elkaar in het park of op het strand? Zo lijkt het wel als ik de berichten op de nieuwssites en social media moet geloven.

Zelf kom ik sinds een week niet meer onder de mensen. Ik hoef de boodschappen niet te doen, dat scheelt. We hebben altijd wel wat op voorraad, dus mijn moeder doet nu 1x per week boodschappen i.p.v. twee keer. Want zolang mensen zich verspreiden, verspreiden virussen zich ook, lijkt mij.

Het #levennakanker en corona is niet een combinatie waarop ik zit te wachten. Sowieso hou ik virussen liever op afstand. Dit was de eerste winter sinds 2016/2017 die ik meer uit, dan in mijn bed heb doorgebracht, denk ik. En dat wil ik graag zo houden. Mijn weerstand wordt steeds beter, maar dat stel ik niet op de proef natuurlijk.

Nu zit ik wat dat betreft in een luxepositie. Sowieso ben ik een huismus en verveel ik mij haast nooit. We wonen op het platteland, in en om het huis is altijd wat te doen. Bewegingsvrijheid genoeg. Daarnaast hoef ik geen kinderen te homeschoolen of anderszins bezig te houden. En raar maar waar, de situatie kwam enigszins bekend voor. Anticiperen ten bate van mijn gezondheid en welzijn, dat doe ik al een tijdje. Plannen die niet doorgaan, uitjes die worden uitgesteld, alleen maar thuis zijn voor langere tijd? Been there, done that.

Dat je jezelf wat moet ontzeggen om later je bewegingsruimte te kunnen vergroten, klinkt paradoxaal. Ik besefte echter pas dat mijn gezondheid mijn vrijheid is toen dat werd ingeperkt. Van te voren had ik nooit kunnen bedenken dat het ziek zijn en moeten herstellen kan voelen als een gevangenis. Als je beter bent, betekent dat niet automatisch dat je je weer goed voelt. Uiteindelijk heb je alleen de ruimte die je lijf je toe staat.

Zoals ik al schreef, verandert voor mij niet heel veel nu. Ik heb geen zaak die dicht moet uit voorzorg, ik heb geen dierbaren in het verzorgingshuis waar ik niet meer bij mag zijn, ik onderga geen behandeling in het ziekenhuis die moet worden uitgesteld. Bizar dat de situatie is zoals het nu is. En onwerkelijk dat je met thuisblijven de mensen helpt die de boel nu draaiende houden. Hoe simpel kan het zijn.

Zeldzaam

Het is de Week van de Zeldzame Kankers en ik begreep dat de ziekte van Hodgkin daar ook bij hoorde. Het voordeel van Hodgkin, de vorm van lymfklierkanker die ik had, is dat er veel bekend is over de te volgen behandelingen. Hoewel ze nog niet weten wat Hodgkin precies veroorzaakt, weten ze dus wel hoe ze het aan moeten pakken. Ook is het percentage mensen die in remissie komen relatief hoog vergeleken met andere kankers en ik vermoed zeker vergeleken met zeldzame kankers. Al die informatie zorgde destijds bij de diagnose voor veel opluchting: hier kunnen ze wat mee in het ziekenhuis. Een duidelijke diagnose en een goede prognose, het kan slechter.

Ik heb er sowieso een hoop dagen en weken bij gekregen sinds mijn diagnose. Zo uit mijn hoofd ‘vier’ ik mee met Wereld Kanker Dag, Wereld Lymphoma Dag en Trombose Dag. Het kan zijn dat ik de namen van de dagen niet helemaal goed heb, maar je snapt de strekking. Met borstkanker heb je zelfs een hele maand. Het is trouwens een van de meest gestelde vragen aan mij: of ik borstkanker had. Maar nee, mijn ribbon is niet pink, maar violet. In dat opzicht voel ik mij weleens zeldzaam.

Zo las ik een poosje terug een persbericht over een soort maatjesproject van een ziekenhuis voor borstkankerpatiënten. Degenen die net in die medische molen terecht kwamen werden dan gekoppeld aan lotgenoten die in remissie waren. En ik was daar best pissig over, want waarom weer alleen voor mensen met borstkanker?

Begrijp mij niet verkeerd, ik ben ook lid van een online lotgenotenclub die alleen over lymfklierkanker gaat. Maar lotgenotencontact kan zo veel meer zijn dan dat. Zelf merk ik dat ik graag ervaringen hoor van mensen met kanker die van mijn generatie zijn. Hoe je omgaat met het oppakken van werk bijvoorbeeld. Of hoe het voor hen is als je in de veertig bent en je lichaam voelt 2x zo oud. En hoe zij het vooruitzicht zien om ouder te willen worden met een lijf wat zich al bejaard gedraagt.

Tijdens mijn revalidatie had iedereen te kampen (gehad) met een verschillende soort kanker, dat maakte op veel vlakken niet uit. We werkten allemaal aan ons energiepeil en we baalden allemaal dat onze situatie ook gevolgen had voor onze naasten. Om maar eens wat te noemen. Toen ik het betreffende project daarover benaderde, bleek dat het een pilot was en dat later andere oncologie patiënten erbij werden betrokken. Helemaal goed, al was meer duidelijkheid vooraf handiger geweest.

Als je bij wil dragen aan meer inzicht rondom Zeldzame Kankers, dan is daar deze link: https://nfk.nl/doneer-je-ervaring

#rosaninremissie zeldzaam

Compleet

Ik voel mij gewoon weer compleet.
Dat dacht ik toen ik onlangs door de tunnel liep van het NS station in Zwolle. Wat is dat toch met momenten van besef, inzicht en/of gewaarwording? Hoort dat niet te gebeuren wanneer je helemaal zen bent met je aura op maximale straalstand bij een klaterende waterval met panfluittonen op de achtergrond?

De timing is echter niet heel gek. Ik heb in jaren niet zo’n makkelijke winter gehad, minder gedoe en de huisarts al maanden niet gezien. Qua energie lever ik ’s winters nog steeds wel in, desondanks kon ik toch stappen maken. Ik kook drie keer per week en dat deed ik voor het laatst in 2015. Tja, herstellingsoord ‘bij mama’ bood de afgelopen jaren gelukkig meer dan alleen logies en ontbijt. Hoewel er af en toe een diepvrieslasagna doorheen schiet, wordt er dus echt weer gekookt door mij. En het weer kunnen autorijden is elk ritje nog een halleluja-moment, wat een vrijheid. En zo zijn er nog wel meer dingen.

Door die pieken zijn er ook dalen, balanceren blijft een ding in dit wonderlijke #levennakanker. Dat ik mijn grenzen verleg, betekent gek genoeg niet automatisch dat ik weet waar ze nu liggen. Dus ik stel nog steeds dingen bij, uit en af. Meer dan mij lief is. Maar als je beste vriendin even over is uit het buitenland door familie-omstandigheden en ze heeft plotseling tijd over……., dan spring je in de trein.

Dus zo liep ik op een februari-vrijdag in Zwolle. Toen ik bijna drie uur bezig was om van Utrecht CS weer terug in Friesland te geraken. Er was muziek, iemand begon op de stationspiano ‘The Pianoman’ te spelen. En toen bedacht ik mij dat het toch wel weer heel tof was, dat ik hoewel ik erg moe was, toch impulsief op donderdagmiddag kon beslissen dat ik op vrijdag naar het westen zou reizen, zonder dat ik daar dagen moe en beroerd van zou zijn, zoals in voorgaande jaren. (Dat ik het hele weekend daarna op bed zou liggen viel tegen, maar ik was alleen heel moe en amper beroerd). En toen volgde daar in die tunnel: ik voel mij gewoon weer compleet.

Want toen ik vier jaar geleden kanker kreeg en door de chemo mijn haar verloor, leek ik niet meer op mij als ik in de spiegel keek. Die plukjes pluishaar, dat zieke gezicht, die doffe ogen; te veel gezien, te veel meegemaakt. Dan keek ik naar een foto van voor die tijd, waar ik met verwaaide krullen, blozende zomerwangen en gulle lach opsta. Dat was ik ook niet meer, het leek uit een ander leven, haast een ander iemand. Ik wist dat ik het was, maar ik herkende mezelf er niet meer in.

En nu vier jaar verder, valt het samen. Ik ben weer die foto van voor de kanker en ook dat beeld in de spiegel en ook wie ik nu ben. Zonder krullen helaas, wat ik heel erg jammer vind. Maar toch compleet. Dat het nog bestaat.

Compleet

In de nieuwsbrief van het Helen Dowling Instituut!

 

Heel trots ben ik dat ik in de laatste nieuwsbrief van het HDI sta! Bij het HDI kunnen oncologie-patiënten en hun naasten terecht voor psychologische support.

Zelf heb ik veel gehad aan het gevoel en de erkenning die ik daar kreeg dat ik niet de enige was die na de behandeling instortte. Bovendien waren de praktische tips van het HDI ook heel handig om weer op de been te komen.

Dank je wel Karlijn van het HDI, voor je hulp bij het samenstellen van de tekst! En die tekst is via deze link te zien: https://www.hdi.nl/2020/grenzen-overschrijden-mag-geen-gewoonte-zijn/

 

4 jaar

Dit stukje ben ik al 100 keer begonnen en heb ik al 99 keer gewist. Gewoon geen woorden voor het gevoel dat opkomt als ik mij realiseer dat het vandaag al vier jaar geleden is dat ik de diagnose lymfklierkanker kreeg.

De avond ervoor kreeg ik al een telefoontje met de mededeling, dat wat ik had weliswaar ernstig was, maar wel te behandelen. Die dagen daarvoor voelde ik het zwaard van kanker namelijk al boven mijn nek hangen. Want het op zoek zijn naar kwaadaardigheden om kanker te kunnen uitsluiten, zoals de longarts bij onze kennismaking vertelde, dat was in mijn beleving al een gepasseerd station.

Het begon de 19e, tien dagen eerder dus, met een bezoek aan mijn huisarts. Oh nee, zijn vervanger was het. Niet fit, wel te moe, weinig eetlust, nachtzweten en meer van dat soort dingen. Dat was mijn lijstje. Niks waarover ik mij heel druk maakte, ik vond het vooral lastig. Bloedprikken natuurlijk. En de dag erna belde mijn huisarts zelf of ik naar de praktijk wilde komen. Toen begon het wel te kriebelen.

Het werd de Ziekte van Hodgkin, een vorm van lymfklierkanker. Iets wat mijn gegoogle ook al had opgeleverd. Ik weet nog dat ik Hodgkin en non-Hodgkin zag staan. Waarbij ik dacht doe maar Hodgkin, dat traject ziet er overzichtelijker uit. (Geen idee waarom ik dat dacht en of het zo is).

Op dat moment van de diagnose had ik nog geen idee dat het effect van kanker en chemo zo langdurig en heftig zou zijn. Alle emoties schoten die dag in 2016 wel voorbij. Boos, want mijn leven liep net zo lekker en daar had ik zo hard voor gewerkt. En verdrietig, want jemig kanker. En schuldig, want het raakte niet alleen mij, maar ook de mensen om mij heen. Bang ook, want hoe gaat chemo?

Uiteindelijk was opluchting wel het meest aanwezig. Alsof ik slechts ‘goed te behandelen’ en ‘grote kans op remissie’ hoorde bij de hematoloog. Dat gaf mentaal ook wel veel power. Want als de hematoloog er vertrouwen in heeft, waarom zou ik daarin achterblijven? Luisteren naar je lichaam zeiden ze toen ook vaak in het ziekenhuis, maar pas een jaar later bij oncologische revalidatie kwam ik er een beetje achter hoe en wat dat inhoudt.

Zo snel mogelijk aan de chemo, dat wel. Alhoewel, ik kreeg nog een week uitstel om na te denken over zaken rondom vruchtbaarheid en kinderwens. En ik ging vertellen dat ik kanker had, waarop de stroom kaarten, appjes, belletjes met heel veel liefs en meeleven begon. En door echte volhouders nog steeds doorstroomt ♡. En het leven van mijn moeder als chef Thuiszorg ging ook van start.

9 mei kwam de eerste goede uitslag en 6 juni was de dag dat ik hoorde dat ik in remissie was. Desondanks moest ik het geplande aantal van twaalf chemo’s afmaken. En opeens ben ik vier jaar verder, met een blog vol lief en leed over het leven na kanker. Dat zo tegenviel en steeds beter werd.

Kon ik de tijd maar even stilzetten of in ieder geval vertragen tot mijn tempo. Iedereen gaat zo hard en er gebeurt zo veel. Met een batterij op halve kracht en als bijna alles twee keer zo veel moeite kost als voorheen, dan valt het niet mee om alles bij te benen. Maar hey, ik doe steeds meer mee na vier jaar. Ik leef.






Winst en verlies

Niet alleen veel jaaroverzichten deze dagen, maar ook terugblikken op het decennium, de jaren tien. Dat laatste, daar doe ik niet aan, veel te veel werk. In het kort: niet dat de voorgaande decennia zo beroerd waren, maar de jaren tien was mijn mooiste decennium tot nu toe. Echt waar, afgezien van de ellende en de nasleep van het kanker- en chemoverhaal, ging het in alle opzichten beter, leuker, sterker dan ooit.

Afgelopen jaar is moeilijk te omschrijven met één woord als ik de balans opmaak. Zowel aan de winst- en verlieskant kan ik dingen bijschrijven, zoals voor iedereen geldt lijkt mij. Winst omdat ik het leven na kanker steeds beter leer te leven. Niet stug doorgaan met doorgaan tot ik opbrand, maar bewust plannen, kiezen, voelen wat op dat moment het beste zal zijn voor lijf en leden om het vuurtje gaande te houden.

Ik heb inmiddels ruimte en energie voor een sociaal leven dat zich in het echt afspeelt en niet voornamelijk via social media. Dat autorijden weer lukt geeft een enorme boost aan mijn vrijheid en zelfstandigheid. Thuis kan ik bovendien steeds meer bijdragen aan de huishoudelijke gang van zaken, maar dat is vooral fijn voor de huisgenoten.

Daarbij is bijvoorbeeld stabiliteit een streven dat ik steeds vaker haal en dat is zo ontzettend fijn. Ik ben echt veel minder ziek, zwak en misselijk dan de jaren hiervoor, de dalen zijn minder diep. Er is zelfs soms weer een beetje rek, een reservetankje voor een hele intensieve dag.

En verlies was er ook, verlies van dierbaren was het zwaarste dit jaar.

Daarnaast mis ik mijn oude leven nog steeds, hoewel ik steeds meer voldoening haal uit dit leven na kanker. En ik mis onze lieve poes Pip, die nu 10 weken geleden werd aangereden. Dat was wel een heel bijzonder maatje, gelukkig hebben we haar broer en zus nog.

Wensen voor 2020? Ja, natuurlijk. Streven geeft leven. Meer schrijven staat hoog op mijn verlanglijstje, dat kwam er in 2019 niet veel van met betrekking tot mijn blog en zeker niet qua werk lukte dat nog niet.

Ik hoop oud en nieuw weer slapend door te brengen, zoals de laatste jaren. Dat beviel me heel goed. Het wordt dit jaar lastiger schat ik, want er is de afgelopen dagen al veel meer vuurwerk en carbid te horen dan voorheen. Gelukkig is het morgen nieuwjaar.

Home

Als ik in een stad ben, zeker rond deze tijd, lichtjes en gezelligheid, dan mis ik het wonen in Utrecht wel. Als ik dan weer thuis kom in Friesland, in de frisse lucht, de rust en de ruimte, dan vind ik dat ook weer heerlijk.

Ik heb overal gewoond: in een grote stad en kleinere varianten, in gehuchten, dorpen en plaatsen. Ik woonde in de nieuwbouw, in de polder, langs de Waal, de IJssel en de Lek, op een bovenwoning, op een afgelegen boerderij, in een studentenkamer van 10 vierkante meter. Van Dodewaard tot Schoonhoven, van de Beusichemseweg tot de Eemnesserweg, van Utrecht tot Friesland. Ok, bijna overal ;-).

En Utrecht is de enige plaats waar ik weer terug naartoe zou willen. Om alles binnen handbereik te hebben vond ik heerlijk. Om binnen een half uur nadat je besluit naar de bios, het theater of een museum te willen, er te kunnen zijn. Dat de Thuisbezorgd-app meer dan twee opties heeft. Dat de bieb op zondag open is en de keuze daar reuze is. Het is er nooit echt donker ook, wat ik fijn vind. Het anoniem in de massa kunnen zijn. En dat als je iets vergeet bij de supermarkt, je snel even heen en weer kan. En er liggen zo veel herinneringen daar (in Utrecht hè, niet persé in de supermarkt).

Maar herinneringen neem je mee en dit geval noodgedwongen naar Friesland. Mijn moeder woont daar nu ruim twintig jaar en nam mij drie jaar terug in huis toen ik na mijn chemo’s last kreeg van uitputtingsverschijnselen. Voor mezelf zorgen werd steeds lastiger en op dat moment wist ik niet wanneer dat weer wel zou kunnen. Ik had het niet beter kunnen treffen met mijn moeder, maar ook met mijn nieuwe plek om te wonen. Het was echt een opluchting, wennen in Friesland was niet zo moeilijk, ik voelde mij in het noorden altijd al thuis. Het loslaten van Utrecht, aka het leven zoals ik dat kende, was wel lastig.

Maar ik merkte dat de rust en ruimte goed voor mij waren. Kwam ik Utrecht totaal overprikkeld binnen nadat ik bij mij in de straat ging wandelen, in het noorden gaf het wandelen rust. Naar buiten gaan werd echt een oppepper in wat voor weer dan ook. Het gebied hier kende ik min of meer al bijna 20 jaar, maar ik heb het lopend en fietsend opnieuw verkend.

Vooral zomers ben ik het liefste op het platteland, de stad verstikt mij dan haast. Vaak heb ik hier dan een hele heide of een bos voor mezelf. Zonder mensen bedoel ik dan. En als ik dan iemand tegenkom, dan zeggen we elkaar gedag. Dat doen de mensen hier, bij iedereen en altijd. Op sociale dagen zie ik daar de charme van in. Op minder sociale dagen ook steeds meer. Sterker nog, ik deed het pas in de stad zelf uit gewoonte inmiddels en toen merkte ik dat dat daar wat minder vanzelfsprekend is.

Hoewel ik nog niet echt de energie heb gehad om hier een sociaal leven op te bouwen, lijkt het tot nu toe alsof ik hier makkelijker aansluiting heb. Maar wellicht zijn mijn sociale vaardigheden ook wat handiger geworden in de loop der tijd haha. Het tempo van de mensen verschilt trouwens. Als ik weer in de stad ben, valt mij dat altijd op in de massa: Die snelle-met-de-blik-op-oneindig-loop. Die zie ik hier minder vaak.

Hier merk ik veel meer van het weer en de seizoenen vergeleken met Utrecht, al wees mijn oma mij wel destijds op alles wat groeide en bloeide. De lente start trouwens eerder in Utrecht, als daar de Magnolia en de Forsythia al volop voorjaar stralen, moeten ze in Friesland nog beginnen.

‘Kom je nog terug naar Utrecht?’, vroeg iemand pas. Niet op korte termijn in ieder geval. In eerste instantie wil ik nu uitzoeken hoever ik kom met werken. Weer op mezelf wonen en waar, daar ben ik nu minder mee bezig. En zolang mijn moeder het gezellig vindt met mij in huis en ik met haar, hoeft dat ook niet. En ik heb geen energie voor een verhuizing bovendien haha

Bopje

Ik redde mij toen ik in Utrecht woonde zonder eigen auto. Met de fiets en het ov dat elke 10 minuten praktisch voor mijn deur stopte, kwam ik een heel eind. En als ik er daarmee niet kwam, dan was er Greenwheels. Daarvan stonden 7 auto’s op loopafstand, dus vrijwel altijd eentje beschikbaar om mee weg te scheuren. Ik ♡ autorijden, vooral lange afstanden.

Autorijden was na de tiende chemo echt te intensief en ik werd steeds vaker getaxied. Drie maanden later kreeg ik uitputtingsverschijnselen en zelfs naast iemand in de auto zitten kon ik amper aan. Mijn autoloze (zon)dagen, maanden, jaren braken aan. Doordat ik heel veel opnieuw moest oppakken, aanleren en trainen, kwam autorijden niet hoog op mijn prioriteitenlijst. Want mijn chauffeurs bleven mij gelukkig trouw ophalen en rondrijden. Vorig jaar voelde ik mij goed genoeg om weer eens achter het stuur te zitten. Ik woon nu in the middle of nowhere, dus ruimte genoeg om dat zonder mogelijke aanvaringen te proberen.

Autorijden is net fietsen, dat verleer je niet. Schakelen, gasgeven en remmen waren geen probleem. Het constant alert moeten zijn en de prikkels van voorbij flitsende bomen zorgden echter voor anderhalve dag knallende koppijn. Knap hè, na 3 kilometer! Leuk geprobeerd dus, een nieuwe poging stelde ik echter een paar maanden uit. Uiteindelijk ben ik er pas in september serieus mee aan de slag gegaan. Het jaar verliep drukker dan ik verwachtte, qua energie en tijd kwam ik er niet eerder aan toe.

En toen was daar Bopje. Twee weken voor haar overlijden vroeg mijn tante of ik Bopje over wilde nemen en dat heb ik gedaan. Niet dat ik direct al behoefte had aan een auto, het zou ter zijner tijd echt van pas komen. En daarbij, ik had op alles ja gezegd wat ze vroeg. Als ik daarmee voor haar iets kon oplossen dan had ik het gedaan. In die fase, ze wist dat ze ging sterven, was ze nog erg bezig met welke spullen waar terecht zou komen. Ik weet nog dat ze Bopje kocht rond 2000. Ze zocht een praktische auto, nadat ze jarenlang een sportief model had gehad. Het werd Bopje, in zijn kenteken zit BP. Ik geloof dat we samen op Bopje uitkwamen, als ezelsbruggetje om te onthouden welke auto van haar was. Maar misschien herinner ik mij dat verkeerd.

De eerste keer dat ik alleen van huis ging was met Bopje, het was bitterzoet. Het halleluja gevoel dat mijn vrijheid een stuk groter aan het worden was, want hier in Friesland heb ik echt een auto nodig, en het schrijnende dat het met Bopje was. Die hoorde gewoon in Utrecht met mijn tante rond te crossen en niet met mij in Friesland. Het was en is soms nog steeds heel vreemd om Bopje bij ons op het pad te hebben zonder mijn tante erbij.

Maar steeds vaker overheersen de goede herinneringen. Dat we aan het kringlopen waren en Bopje volstouwden met onze aanwinsten. Samen op familiebezoek, die keer dat we ooit van Arnhem naar huis in Utrecht reden en ondertussen een eindeloze versie van Last Christmas zongen. Als ze op vakantie ging, vroeg mijn tante of ik dan i.p.v. haar met mijn oma en Bopje wilde toeren en ergens wilde koffiedrinken, zo leuk om te doen.

Het is zo tekenend dat mijn tante zelfs na haar dood mij letterlijk en figuurlijk op weg hielp. Zo was ze en zo zal ik haar ook altijd herinneren. ♡